Verkrachting sex negerinnen kutje

verkrachting sex negerinnen kutje

Erotic massage alkmaar pik afbinden


verkrachting sex negerinnen kutje




Ziet dit er uit als een farmaceutisch laboratorium? Ga naar huis, Sam. Je stoppen zijn doorgeslagen. Drink je koffie op en vertel me hoe het smaakt.

Dat is het beste dat ik als gifmenger kan produceren. De jongen stond op en liep naar het raam. Hij tilde de lamellen op en keek naar buiten, naar de straat. Ik heb nog geen tijd gehad om de tralies te installeren. Giancana haalde een pijp uit zijn jaszak. Uit de groene porceleinen tabaksdoos die op tafel stond greep hij een pluk tabak en begon zijn pijp te stoppen.

Ik maak het je gemakkelijk. Fowler, heeft interessante hobbies. Ga eens bij hem langs. Het is een zielige nietsnut. Ik haal er wel eens spul voor rijke weduwen, die eens iets anders willen dan valium. Doe niet zo ingewikkeld, ik publiceer het niet in de krant. Die man kan uit een krop sla de meest dodelijke stoffen destilleren. Ik zou hem niet als huisarts nemen, Gunn. Zoek hem eens op. Zal hij leuk vinden. Maar ik kan je niet garanderen dat het dan ook op mensen werkt.

Gedraag je als je bij mij in de buurt bent. De rest komt voor rekening van Santo Traficante. Een voormalige kennis had hem ooit op deze neurotische eigenschap opmerkzaam gemaakt. Hij had zijn gratis advies moeten bekopen met een gebroken neus en een groot aantal kneuzingen, waaronder delen van zijn skelet waarvan het bestaan hem voorheen niet bekend was.

Enfin, het leidde ertoe dat hij zijn amateuristische aandacht verlegde van Freud naar de leer van de menselijke anatomie. Het was eens een sjieke gelegenheid geweest, volgestouwd met ebbenhouten meubilair en kristallen lampen.

Die stonden er nog steeds, maar de plek moest nodig eens worden afgestoft. De muren waren marineblauw geschilderd. Dat vond men mooi in de jaren veertig. De deur werd opengedaan door een brunette van een jaar of twintig. Ze had net iets te veel sexappeal om bij Fowler in dienst te kunnen zijn. Pamela komt uit Alabama. Wil eens wat van de stad zien. Neem haar een keer uit als je wilt, Gunn. Hij legde Fowler uit wat de reden van zijn bezoek was. Fowler vatte het op als het de gewoonste zaak van de wereld was.

Ricine zou een goede keuze zijn, maar als ik niet weet wat die vent weegt kan ik het moeilijk doseren. Ik kan je voldoende geven om een olifant mee te doden, maar het is nogal volumineus. Bovendien heb ik het niet in huis. Gaat een paar weken duren. Wat dacht je van botuline? Ik heb hier nog wel wat liggen. Voldoende om een middelgroot leger mee weg te vagen. Primitief, maar effect is gegarandeerd. Los het op en alcohol en zorg dat je uit de buurt blijft. Oraal of in een verstuiver.

Binnen een minuut is hij met de engelen aan het zingen. Bovendien is het lastig aan te tonen. Zeker als je niet weet wat je zoekt. Gunn kreeg een vlammend gevoel in zijn buik die het middel hield tussen onpasselijkheid en blinde agressie. Waarmee kan ik u van dienst zijn? Een nieuwe mand wellicht voor uw trouwe viervoeter? Ze zijn in de aanbieding. In de kleuren van deze zomer.

Het doet mij pijn om ze kwijt te raken, maar dat is nu eenmaal de consequentie van het hebben van een dierensalon. Hij toonde die typische hypercorrupte muilkorfgrijns die je doorgaans bij kermisexploitanten aantreft. Als Gunn het zich had kunnen veroorloven om een zijsprong van zijn missie te nemen had hij hem met plezier een paar huisdieren door zijn strot geduwd.

Een puppy en een zeeschildpad bijvoorbeeld. Die beestjes weten wel van wanten, ziet u? Zijn felbleke kop verkleurde in rap tempo en zijn lichtblauwe ogen keken samenzweerderig in die van Gunn. Gunn balde zijn vuisten. Zijn knokkels waren spierwit.

Het kostte hem moeite om zich in te houden. Ik denk het wel, ik zal eens kijken. Toen hij bij zijn appartement aankwam zag hij dat er mensen in zijn werkkamer zaten. Hij trok zijn pistool en liep naar binnen. Santo Trafficante zat achter zijn bureau met een fles Jack Daniels.

Die had hij zelf meegenomen, net als de donkerogige schoonheid die in de fauteuil zat. Ze rookte een sigaret uit een lang ivoren pijpje. Gunn stak zijn pistool weer bij zich. Help me er aan te herinneren dat ik je een sleutel meegeef voor de volgende keer.

Je hebt lang niets van je laten horen, dus ik dacht, laat ik mijn goede vriend eens opzoeken. Kijken hoe het met hem gaat. Dit is Elisa trouwens.

Geef haar een hand. Ze bijt soms, maar als je het treft krabt ze je alleen de ogen uit. Voor deze keer zal ik je gehoorzamen. Maar probeer er niet aan te wennen. Hij opende de deur naar het balkon en zette de doos er neer. Uit zijn zak haalde hij het potje dat hij van Fowler had gekregen en schudde er een paar pillen uit.

Behoedzaam, zonder ze aan te raken. Mijn dagtarief is twintig dollar plus onkosten. Je wilt het over Giancana hebben. Ik zou je willen verzoeken om haast te maken. Ik ben het spul nog aan het uittesten.

Ik begreep dat het nodig is voor een klus waarbij je je het niet kan permitteren om het te verkloten. Maar die beesten moeten het wel opeten. Ga straks maar eens op het balkon kijken. En weersta de verleiding om die beesten door de ravioli te draaien want als het goed is krijg je al een hartstilstand als je er alleen al aan ruikt. Ik heb het morgenavond nodig. De vent die ik op het oog heb zit in de bediening van een van de huizen van Fidel Castro.

Heeft in de jaren vijftig voor me gewerkt als geldloper. Prima vent, maar het is een flikker. En in plaats dat hij dat verborgen houdt heeft die stomme darmtoerist zijn zinnen gezet op het poepgaatje van de zoon van de directeur van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Nu heeft Fidel het niet zo op flikkers, dus als het uitkomt zal hij hem de laan uitsturen. Kan ieder moment gebeuren. Dus Elisa gaat over twee dagen naar Havana. Die Cubanen moeten ons niet meer zoals je weet. Dat spul moet met haar mee om aan Orta te geven.

Dacht je dat het gemakkelijk was om iemand te vinden die dagelijks in contact komt met die baardman? Een kans in een miljoen, Gunn. Die kans laat ik mij niet ontnemen. Nadat Santo Traficante verdwenen was bleef Gunn nog een half uur achter zijn bureau zitten, nadenkend over de shit waar hij in terecht was gekomen.

Ik lees het wel in de kranten. Hij zette zijn hoed op en trok zijn regenjas aan, deed de lichten uit en ging de straat op. De freak stond op de hoek van de straat in een poging onopvallend te zijn. Gunn dacht er even aan om er op af te lopen maar liep toch door naar de steaktent aan de overkant om de nationale vleesindustrie een handje te helpen. Toen hij de tent verliet was de freak in de etalage van een kantoorboekhandel even verderop aan het kijken.

Voor de deur van de Metro Bar werd hij aangesproken door een onbekende man met een Slavisch uiterlijk. Hij was bijna twee meter lang en had een woeste haardos. Hij droeg een donkergroen wollen pak dat nodig eens naar de stomerij moest. In zijn rechterhand hield hij een pistool. Hij deed wat hem gezegd werd. Hij had hier helemaal geen tijd voor en wachtte op een moment waarop hij de gorilla kon verrassen. Maar daar gaf hij hem niet de kans toe.

Het was een professional. Drie straten verderop werd hij een doodlopend steegje ingeduwd. Aan het eind ervan stond de freak te wachten met een peuk in zijn kop. Zijn linkerhand was verlengd met een ploertendoder. Je hebt wat meubels nodig zo te zien.

Ik heb nog wel een paar kartonnen dozen voor je. Ik heb het druk. Zeg maar tegen Traficante dat de zaken op deze manier niet sneller verlopen. Dit is voor mijn persoonlijke plezier. Traficante zal het leuk vinden te horen dat je zijn belangrijkste compagnon van dit moment ophoudt. Goede strategie om promotie te maken, kiddo. De freak haalde plotseling fel uit. Hij raakte hem tegen zijn slaap. Gunn viel achterover tegen de muur en moest moeite doen om het bewustzijn niet te verliezen.

Uit een brede snee boven zijn oor stroomde bloed over zijn overhemd. Hij is verleden tijd. Hij heeft het niet meer. Maak je maar geen zorgen over hem. Maak je zorgen over mij. Hij gaf hem nog een klap. Gunn kon hem afweren met zijn linkerarm. De pijnscheut trok door naar zijn ballen. De gorilla stond met zijn armen over elkaar te kijken en te genieten.

De freak haalde opnieuw uit. Gunn liet zich vallen en sloeg de benen van de freak onder hem vandaan. Hij trok zijn wapen en schoot de gorilla in zijn maag. Deze liet zijn pistool vallen. De freak rolde ernaartoe om het te pakken. Gunn schoot hem twee keer in zijn hoofd. Hij pakte het pistool en stak het bij zich. De gorilla kermde van de pijn. Zijn pak was doordrenkt van het bloed.

Hij raapte zijn hoed op en liep naar huis. In de badkamer keek hij in de spiegel. Er zat een flinke jaap in zijn kop. Hij waste het uit met peroxide en hechtte het met naald en draad. Hij liep door naar de keuken en ging het balkon op. De pillen waren opgegeten. Santo Traficante zou nog even moeten wachten. Het was zijn eigen schuld. Personeelsbeleid is geen sinecure.

Hij dronk de fles Jack Daniels leeg en ging naar bed. De volgende morgen werd hij wakker met een bonkende koppijn. Het deed verdomde pijn toen hij het ervan aftrok. Hij reed in twintig minuten naar het kantoor van dr.

Gunn hield haar tegen. Fowler kwam binnen een minuut. Hij zag er slecht uit. Zijn gezicht leek als van perkament. Hoog tijd voor een shot, leek het. Ga zitten, dan zal ik die wond voor je hechten.

Als je het zo laat zitten krijg je een lidteken ter grootte van je lul. Dat is het nou juist. Ze hebben een stuk of wat van die pillen van je gegeten maar het deert ze helemaal niets. Je hoefde het niet te testen want het is topklasse spul.

Maar als je het me had gevraagd had ik je wel verteld dat de cavia de enige diersoort is met een extreem hoge resistentie tegen botuline. Je moet ze een kwart van hun eigen gewicht laten eten voordat ze er aan onderdoor gaan.

Je had het moeten proberen op honden, of beter nog, op chimpansees. Als ze een ruft laten zijn we er hier allemaal geweest. Even later stapte Gunn in zijn auto. Hij reed naar een groentenboer een stuk verderop in de straat, kocht een tros bananen en koerste naar de dierentuin. In de auto prepareerde hij zorgvuldig twee bananen. Met zijn mes maakte hij een klein sneetje en propte er een pilletje in. Hij stak de bananen in zijn zak. De grote Edward Gunn moet zijn carrière eens kritisch tegen het licht houden.

Bij de kassa haalde hij een entreebewijs. Voordat hij de chimpansees opzocht liep hij naar de tijgers. Gunn had een hekel aan dieren. Aan planten ook trouwens. Maar het meeste nog aan beesten. Beesten vond hij weerzinwekkend. Wat hem betrof had Noach zich de moeite kunnen besparen.

De enige uitzondering hierop vond hij tijgers. Hij stond daar een kwartier te kijken hoe de beesten heen en weer sjokten in hun kooi. Uiteindelijk zocht hij de chimpansees op. Er stonden geen mensen bij. Hij haalde een banaan uit zijn zak en gooide het door de tralies. De beesten sprongen op en gingen er in een kring omheen staan. De grootste kroop er naartoe en pakte het op.

Rook eraan en stak het in zijn mond. Het leek hem te bevallen. Hij smakte er zelfs bij. Hij keek Gunn in de ogen. De aap sperde zijn mond zover open dat er gemakkelijk een basketbal in had gepast. Hij viel achterover, trilde even met zijn benen en bleef toen stil liggen. Ik ben niet in de business om geliefd te worden. Maar ik ben tenminste in business. Op de hoek van de straat belde hij Santo Traficante vanuit een telefooncel. Hij reed er naartoe met de zon in zijn ogen.

Traficante zat aan een tafeltje in de hoek. Meer was niet nodig. Je moet iets aan je personeelsbeleid doen, Santo. Ik zou je er eigenlijk geld voor moeten vragen. Vroeger of later had je het zelf gedaan. Maar ik doe geen hits. Dus laat maar zitten. En hier heb je je pillen. Wat mij betreft is het adios.

Als je iets uit wilt praten, huur dan een professional in. En breek niet meer zo klunzig bij me in. Een ongeluk zit in een klein hoekje. De eerste cycloon zou weldra verschijnen. Het afgelopen jaar waren het er vijf geweest, nu werd verteld dat met het ergste rekening moest worden gehouden. Na vier maanden van dorre hitte zonder een spatje regen was het weer compleet omgeslagen.

Pikzwarte wolken dreven laag over de stad, als dreigende luchtpatrouilles van gene zijde, en lieten onophoudelijk water naar beneden komen. Het afvoersysteem van de stad kon het niet aan, de straten stonden blank en overal dreven spullen, meegevoerd door water en wind.

Op de hoek van Calzada de Concha en Pedro Pernas lag een dode hond in de goot. Het water stroomde er overheen en deed de haren van zijn vacht heen en weer bewegen, alsof er nog iets van leven in zat. Er lagen tientallen takken op de grond die door de wind van de bomen gerukt waren.

Het was een eigenaardige balletvoorstelling. Ze lagen een moment op het asfalt om even later door de wind meters verder te worden geblazen en dan weer een paar seconden roerloos op straat te blijven liggen. En opnieuw en steeds weer, alle kanten op. De muziek moest je erbij fantaseren. In het pand waar vroeger de Calypso-bioscoop zat was nu een evangelische kerk gevestigd, gefinancierd door een Amerikaanse zendingsorganisatie. In het geheim, met Guatemalteekse stromannen. Veel luxe was het niet, een grote kale aula met tl-balken aan het plafond en oude bioscoopstoelen die vol scheuren en gaten zaten en bovendien waren beschimmeld door het vocht dat uit de muren droop.

Veel luxe vroegen de bekeerlingen ook niet. Het woord van Jezus was voldoende. Er werd samen gezongen en voornamelijk gebeden en voorgelezen uit het Nieuwe Testament.

Ondanks deze povere omstandigheden zat het iedere avond tussen acht en negen halfvol en waren op zondag zelfs de staanplaatsen bezet. De dienst was net afgelopen. Juana, een negerin van begin vijftig, schuifelde met de anderen naar buiten. Ze hielden even in toen ze werden geconfronteerd met de watermassa, maar vervolgden hun weg toen ze inzagen dat er toch niets aan te doen was. Juana liep langzaam naar de bushalte die een paar honderd meter verderop was.

De halte was verlaten. Normaal betekende dit dat de bus net vertrokken was, maar gezien de omstandigheden kon het ook zo zijn dat niemand meer de behoefte had om zich te verplaatsen.

Juana moest en zou naar huis gaan. Wat kon ze anders? Ze ging op een stenen bankje zitten en wachtte af. En ze dacht na. Rodrigo, die haar na dertien jaar verlaten had. Drie kinderen had ze voor hem gebaard.

Voor hem gezorgd, zijn eten gekookt en haar uiterste best gedaan om het hem nergens aan te doen ontbreken. Ze had zijn dronken, agressieve buien als liefkozingen ontvangen. Zijn karwats als liefdevolle aandacht. Toen zij uiteindelijk doodziek met een opgezwollen buik naar het ziekenhuis werd afgevoerd en de dokter in het dorp grote moeite had om de juiste diagnose te stellen ging Rodrigo ervan uit dat het kanker was en verdween uit haar leven.

Om met een andere vrouw, die niet eens zoveel jonger was dan Juana, een nieuw leven op te bouwen. Wat het ook geweest moge zijn, zij werd al na een week uit het ziekenhuis ontslagen en stond er opnieuw helemaal alleen voor, met de etters van kinderen die ze had.

De oudste, haar zoon Ariel, was behoorlijk aan het puberen geslagen en het kostte haar handenvol moeite om hem op het rechte pad te houden. Wat niet wil zeggen dat dit haar was gelukt. Ariel werd onder de hoede genomen door de paleros in het dorp, in het bijzonder door Tata Más. De machtigste priester met een grote kennis van de riten en een krachtige band met de wereld van de doden.

En een hang naar de zwarte kant van de magie. De grootste schurk van hen allemaal. Ze was niet voor het geluk geboren. Dat bleek al vóór haar geboorte. Haar grootouders stamden af van een belangrijke Congolese familie. Slaven weliswaar, maar zich wel bewust van hun afkomst en trots. Toen haar moeder verliefd werd op een man uit een beduidend minder geslacht was het huis te klein. De liefde werd heimelijk voortgezet en resulteerde in een zwangerschap.

Haar grootmoeder was razend en dreigde haar dochter met een mes in de buik te steken. Toen de bevalling uiteindelijk daar was waakte haar grootmoeder bij het kraambed. Juana was nog niet ter wereld gekomen of ze werd door haar opgepakt en met kracht op de grond gesmeten. En Juana werd voor dood achtergelaten, haar moeder opgesloten in het huis van een oom.

Haar jongere tante kon het niet aanzien en nam het kind mee naar huis. Ook zij werd verstoten door de familie.

Omdat ze niemand had om op het kind te passen gaf ze de baby voordat ze de deur uitging melk met een flinke scheut rum om er zeker van te zijn dat ze zou doorslapen.

Zo ging dat een paar jaar door. Op een gegeven moment kwam een oom er achter wat er gaande was en ontfermde zich over Juana. Hij was een arme sloeber zonder vast werk, maar zorgde voor haar als was het zijn eigen kind. Toen hij stierf had zij net haar dertiende verjaardag gevierd. Dat waren de gelukkige jaren uit haar leven. Juana zat al ruim een uur te wachten. Geen spoor van een bus. Lijn 91 was een van de slechtst functionerende verbindingen van de stad.

Het was geklassificeerd als laagste prioriteit. Volgens het dienstschema reed het ieder half uur. Er waren dagen dat Juana bijna twee uur moest wachten.

En dan nog was de bus regelmatig overvol, waardoor ze op een volgende moest hopen. Dat bracht haar vaak in problemen, omdat veel van de dames bij wie zij als huishoudster werkte weigerden haar te betalen als ze te laat kwam. Er was vrijwel geen verkeer op straat, niemand die zelfs maar kon overwegen om haar een lift te geven. Het weer verslechterde met de minuut. De wind nam alsmaar toe en de regen was zo overweldigend dat ze amper de overkant van de straat kon zien.

Het begon zwaar te onweren. De bliksem sloeg vlakbij in, waarschijnlijk de mast van een van de schepen die in de haven lagen weg te roesten. Een emaille reclamebord van het restaurant op Luyano vloog door de lucht, kwam vlak bij haar neer en werd weer door de wind meegenomen tot waar ze het niet meer kon zien.

Een half uur later kwam de bus alsnog aanvaren. Ze stapte in, kocht een kaartje en ging achterin zitten. De bus was stampvol met doorweekte mensen. De damp die ze afgaven deed de ramen beslaan. Het stonk verschrikkelijk, die natte gegeselde lijven en ongewassen kleding gaven geuren prijs die het voorstellingsvermogen te boven gingen.

De regen striemde over het dak, maakte een angstwekkend geluid dat leek op dat van de zenuwachtige catá-trommels van de paleros. Hoezeer ze ook wilde, die lieten haar nooit met rust. Toen Ariel zestien jaar was en werd ingewijd als palero voerde Tata Más een geheim ritueel uit waarmee hij in contact kwam met de doden. De voorvaders uit de Congo. Zij vertelden hoe het Ariel zou vergaan en welke offers dienden te worden gebracht.

Een van hun openbaringen was dat Juana haar huisje moest afstaan aan Ariel. Een houten huisje met een enkele kamer dat haar oom haar had nagelaten en waar ze ooit liefde had gekend. De sartén had gesproken. De enige waarheid was vastgesteld, daar viel niet aan te tornen. Juana zakte ineen van ontzetting toen zij het hoorde. En voor de eerste en enige keer in haar leven nam zij een beslissing.

Ze brak met de godsdienst van haar voorvaderen, weersprak het oordeel van Nsambi, de sartén. Ze wist donders goed wat dat betekende maar nam welbewust de beslissing om de situatie zelf in de hand te houden. God weet hoe moeilijk het voor haar is geweest. De consequenties waren zwaar.

Daar woonde ze dan, midden in haar geboortedorp San Agustín, tussen de mensen die haar hadden opgegeven, verraden, vervloekt. Maar ze had tenminste haar huis nog. Lang heeft ze er niet van kunnen genieten. Dertien weken later deed de vervloeking zijn werk. Ze verloor haar verstand, leefde tussen dag en nacht in een schimmenrijk, gemangeld door nukkige geesten.

Vreemde lichtflitsen hielden haar wakker, duizenden stemmen herhaalden de vervloeking, keer op keer. Uiteindelijk werd ze opgenomen in een sanatorium. God weet hoe lang ze daar heeft gezeten. Alleen, tussen andere dolende geesten en tientallen pillen die de doden niet verjoegen maar wel een stuk minder luidruchtig maakten.

Toen het sanatorium werd opgeheven werd ze op straat gezet, uit gemak genezen verklaard. Ze vond een nieuwe familie, de zusters van de evangelische kerk. Zij wisten haar ziel te reinigen door haar te leren naar Jezus te luisteren, de zoon van de enige God, die de doden op een afstand hield. De bus reed een diepe kuil in en kwam met een enorme knal tot stilstand. De passagiers werden door de klap van hun zitplaats geworpen.

Toen ze waren opgekrabbeld kregen ze te horen dat de vooras was gebroken. Dat ze de bus dienden te verlaten en het verder zelf moesten uitzoeken. Het regende nu zo hard dat het moeilijk was om voor, achter, boven, beneden en opzij uit elkaar te houden. Juana kon de andere passagiers niet meer zien. Ze begon te lopen, al had ze geen idee waar ze was, welke richting ze uit moest. Haar kleren zaten tegen haar lichaam geplakt.

Ze snakte naar adem. Het geweld van het water overstemde haar gedachten. Ze liep voort, stap voor stap in de duisternis. Een radeloze geest, ongrijpbaar voor de doden. Ze liep tegen een stuk beton aan en viel. Ze kon niet zien wat het was, maar ze ging erop zitten en wachtte af.

Ze wachtte af en bad, prevelde alle gebeden die ze van de zusters had geleerd. Hallelujah, ze prees de Heer voor zijn barmhartigheid, dankte hem en vroeg hem haar te redden van de duisternis.

Eerst zachtjes, in zichzelf mompelend, daarna steeds luider. Toen haar lichaam in de achterbak van de pickup-truck werd gelegd was de regenbui abrupt overgegaan in een motregen. De maan scheen fel op de verzwolgen stad. In de verte begon zich een regenboog af te tekenen.

Ze zeggen dat de kans om twee maal door de bliksem te worden getroffen groter is dan de kans om slechts een enkele keer te worden getroffen. Hij zat in de roze schaduw van de schemering voor de televisie. Het geluid stond voluit, zijn hoofd gekanteld zodat zijn beste oor in een perfecte hoek van negentig graden stond ten opzichte van de luidspreker. Dat het antieke Russische apparaat niet alleen horizontaal maar ook verticaal strepen vertoonde merkte hij niet op, blind als hij was.

Eenennegentig levensjaren, ze komen met een hoop slijtage. Toen hij nog jong was. Zijn vroege jeugd had hem weinig herinneringen nagelaten. Het was gewoon te lang geleden. Zijn vader was een suikerrietkapper uit Sancti Spiritus. Zwaar werk, de slavernij mocht dan zijn afgeschaft, maar de werkomstandigheden waren er alleen maar slechter op geworden.

Het staat jullie volkomen vrij om ander werk te zoeken. Maar als je bij ons blijft gelden onze regels. Ze was net als zovelen van haar landgenoten de armoede ontvlucht. Hoe ze in die periode precies in haar levensonderhoud voorzag wist Fabio niet.

Daar werd niet over gesproken. Het kon hem niet schelen. Waarom zou uitgerekend zijn moeder de uitzondering zijn? Ze waren al snel getrouwd en naar Camagüey vertrokken voor een beter leven. Hij vond er werk als koeiendrijver op een haciënda. Het werd slecht betaald maar het werk was stukken minder zwaar dan dat op de suikerrietvelden. Zijn moeder werkte in de keuken van de landheer en kluste bij als voodoo-priesteres. Zij stond in hoog aanzien bij de gelovigen en bracht het meeste geld in.

Bovendien had je in die positie de bescherming van het dodenrijk niet eens nodig. Niemand dacht eraan om hun gezin iets slechts aan te doen. Ze woonden in de oude slavenbarakken. Daar werd Fabio geboren als hun eerste en enige kind. Hij kon zich er niet meer van herinneren dan dat het een mooie, onbezorgde tijd was. Of dat waar was of niet deed er niet toe. Wat telde was de herinnering.

Hij stond op, liep naar zijn kleine slaapkamer en ging op bed liggen. Zijn keel deed pijn en de steken in zijn rug hielden aan. Hij was moe, nu ook in zijn geest. Hij hoorde de dames praten. Dat ging de hele dag door. Ze hadden het veel over hem. Hij was zo goed als doof maar de schelle oudevrouwenstemmen, die klonken alsof ze met hun voeten in de kokende olie hingen, die hoorde hij maar al te best.

Ze waren erg nieuwsgierig naar wat hem had bezield om nooit te trouwen en in plaats daarvan voor de kinderen van anderen te zorgen. Waar hij ook kwam, iedereen keek op.

Hij leefde als een heilige. Hij dronk nooit, verhief zijn stem niet. Hij was door God gezonden. Hij had iedere vrouw kunnen krijgen. Als hij een dezer dagen ten hemel stijgt zal ik de laatste zijn om me er over te verbazen. Hij ging nooit naar de kerk. Anders was hij zeker een heilige geweest.

Griselda had hem een half jaar geleden opgehaald uit Camagüey. Hij had in eerste instantie geweigerd mee te gaan, gezegd dat hij het wel in zijn eentje kon rooien. Maar je hoefde maar even naar hem te kijken om te beseffen het zo niet langer kon doorgaan.

Hij was vermagerd, teruggetrokken in zijn huis. De tijden waren veranderd. Mensen letten niet meer op elkaar. Daarnaast moest hij dringend worden geopereerd aan staar en in Camagüey kon het ziekenhuis de behandeling niet uitvoeren. Het was al te ver gevorderd. Als hij een paar jaar eerder bij een dokter had aangeklopt zou een routineoperatie zijn ogen hebben kunnen redden. God weet of het bescheidenheid, angst voor de dokter of gewoon onwetendheid was. Ruim vijfhonderd kilometer had ze heen en terug gereden in haar kleine Fiatje om hem naar Havana te halen.

Dat was ze hem wel verschuldigd. Hij was bijna familie. Al een eeuwigheid was hij bevriend met haar moeder. Toen die haar eerste zoon kreeg was Fabio voor een paar maanden bij haar ingetrokken om voor hem te zorgen. Een jaar later, toen Griselda werd geboren, hetzelfde. Twintig jaar later, toen Griselda haar eerste kind kreeg had ze hem uit Camagüey laten overkomen.

Ook bij haar drie andere bevallingen had hij uit zichzelf de bus gepakt om haar ter dienste te zijn. Zelfs bij haar oudste kleinzoon Ramón stond hij paraat.

In het begin leek het alsof er niets aan de hand was. Hij drukte armpje met vrienden van Orlando. Won meestal van twintigers. Hij werd liefdevol in de familie opgenomen en even liefdevol door Orlando en zijn vrienden gepest.

Ze probeerden met hem te boksen, wat levensgevaarlijk was want zijn blinde uppercut sloeg je zo buiten westen. In het begin ging hij nog naar buiten, wandelde de hele dag door de onbekende stad. Keek naar de contouren van de meisjes bij de bushalte en maakte een praatje met mensen die hij meende te herkennen.

Maar zijn ogen waren snel achteruit gegaan. Hij zei er nooit iets over, klaagde niet. Eerst werd alles vager en groeiden de kleuren naar elkaar toe.

Nu trad de duisternis langzaam maar zeker in. Met zijn ogen begon ook de rest van zijn organen de taken te versloffen. De energie die altijd zo vanzelfsprekend was geweest liet soms dagen achtereen verstek gaan. Hij verloor zijn eetlust, verloor in het algemeen de lust. Het was mooi geweest. Hij kreeg een bescheiden toelage als professioneel baseballspeler. Te weinig om van rond te komen. Daarom verdiende hij regelmatig wat bij als klusjesman voor de rijke families.

Hij was geen straatschuimer, meestal was hij te vinden op het baseballveld. Trainde bovendien mee met de boksers. Deed mee aan elke sport, als de gelegenheid er was. De boksschool was bij hem om de hoek. Hij werd gestimuleerd om wedstrijden te boksen. Maar hij hield het bij baseball. Bij de bokswedstrijden kon het er hard aan toegaan. Hij genoot ervan om de tegenstander te snel af te zijn, te verrassen, maar wilde niemand verwonden.

Hij kreeg een zekere naam. Zeze, een pooier van de laagste soort die de buurt met geweld terroriseerde, daagde hem keer op keer uit. Fabio, rustig, wilde niet vechten.

Ging hem uit de weg. Een volgende maal stond Zeze voor hem met een mes. Fabio gaf hem twee klappen en daarna heeft niemand Zeze ooit meer in de wijk gezien. Het was de enige keer dat hij geweld gebruikte. Had er geen spijt van overigens, maar het wond hem geenszins op.

Hij verlangde naar water. Een kop thee misschien, om de pijn in zijn keel te verzachten. Of een glas guarapo, voor de energie. Maar hij bleef liggen. Zijn lichaam vertelde hem dat het meer behoefte had aan rust dan aan vocht. En aan een kussen misschien. Het bed leek iedere dag harder te worden. Zijn lichaam werd stijver en pijnlijker als was het van gips.

Hij concentreerde zich op de vrouwenstemmen aan de andere kant van de muur, die door het gat van de airco naar binnen werden gestrooid. De dokter had me al verteld dat hij geen trek zou hebben. Het was niet erg, zei hij. Gisteren zat hij in de hoek op het balkon. Met zijn enorme bril op leek hij een vertederend vogeltje. God weet waar hij aan dacht. Het eten is klaar! Zonder op te kijken. Alsof hij in een ander universum terecht was gekomen. Of quimbombó heel losjes aan een ijle herinnering was verbonden.

Een paar dagen geleden was hij nog volkomen helder. Ach ja, de dagen tellen door en door. En ineens is hij de oude neger die hij nu is. Dat moment overkomt iedereen, het zou heel goed kunnen dat zoiets zich heel plotseling aandient. Al die jaren zonder vrouw. Dat is niet goed voor een man. Een onderdrukt verlangen, misschien. Geen  enkele vrouw kon het laten met hem te flirten. Hij ging er nooit op in.

Keek niet weg, glimlachte vriendelijk terug. Het stelde hem gerust om dat te horen. Geheime liefdes behoren geheim te blijven. Tegenwoordig was het bijna gewoon, een gemengd paar.

Maar in de jaren dertig was het ondenkbaar. Beiden wisten dat het over zou zijn als hun relatie aan de oppervlakte zou komen. Hij zou de stad moeten verlaten. Daar was geen ontkomen aan. Hij werkte soms als chauffeur voor Don Esteban, haar vader. Alleen de heel erg rijke families waren in die tijd in het bezit van een auto.

Het was ook ongehoord om als eigenaar zelf achter het stuur te gaan zitten. Als je je met paard en wagen verplaatste nam je toch ook niet zelf op de bok plaats? Op een dag werd hem verzocht om Amalia naar familie in Las Tunas te brengen, waar ze een paar dagen zou verblijven. Hem was gevraagd om in die stad te blijven wachten en haar weer terug te rijden. In de auto raakten ze in gesprek. Zij nam het initiatief.

Hij beantwoordde haar vragen aanvankelijk uit beleefdheid. Ter hoogte van Siboney verzocht ze hem de wagen stil te zetten zodat ze naast hem kon gaan zitten. Dat was uiterst ongebruikelijk en zette het raderwerk in beweging. Dat kon alleen maar leiden tot iets onherroepelijks. Misschien konden ze naar de Verenigde Staten gaan, naar New York, waar ze samen verder konden leven. Hij was er tegen. Zij had veel meer te verliezen dan hij.

Ze moest van hem langer nadenken voordat ze besloot om haar familie te verlaten. Ze zagen elkaar dagelijks. Bedreven in het diepste geheim de liefde. Samen de nacht doorbrengen zat er niet in. Nooit had hij naast een vrouw geslapen. Na het ongeluk had hij die hoop opgegeven. Er waren genoeg jonge vrouwen geïnteresseerd. Hij wimpelde ze af en ging iedere woensdagavond naar de hoeren. Je kunt deze toestemming op ieder moment intrekken. Je zult dan echter geen toegang meer hebben tot onze site.

Je browser ondersteunt geen javascript. Schakel javascript in om door te kunnen gaan. Scroll omlaag voor meer informatie. De cookie is een klein stukje tekst dat door een website op je computer wordt geplaatst om bijvoorbeeld bij te houden of je bent ingelogd, wanneer je laatste bezoek was etc. Cookies zijn niet eng, maar onderdeel van de HTTP-specificatie. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen.

Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld. Uitleg over onze cookies. Dit is een hash van je huidige session id. Deze wordt gebruikt om te voorkomen dat anderen zich door middel van browsermanipulatie kunnen voordoen als jou.

In dit cookie staat je userid opgeslagen. Deze werkt alleen in combinatie met het sessid cookie dat hierboven al vermeld staat. Hier wordt de schermbreedte van je device opgeslagen. Op basis hiervan kunnen bepaalde elementen wel of niet worden ingeladen of van een passende weergave worden voorzien.

Dit cookie wordt door cloudserverdienst Cloudflare gebruikt om de juiste bezoekers naar onze server door te sturen.







Spermaslikkers prive ontvangst friesland


verkrachting sex negerinnen kutje